Vraag & antwoord

Op deze pagina staan antwoorden op veelgestelde vragen over de RES. Het overzicht wordt regelmatig aangevuld met nieuwe informatie. Staat uw vraag er niet tussen? Neem gerust contact met ons op!

In de RES (Regionale Energiestrategie) onderzoeken we in Regio FruitDelta Rivierenland met veel partijen de mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie op land met wind en zon en welke warmtebronnen er in onze regio zijn voor de verwarming van bijvoorbeeld woningen. Ook kijken we naar de gevolgen voor het netwerk en de kosten daarvan.

Meer informatie over wat een RES is.

We vinden het belangrijk dat de energievoorziening in onze regio in de toekomst duurzamer wordt en betaalbaar blijft. Zo dragen we bij aan de doelen van het Klimaatakkoord en aan de duurzaamheid van onze eigen regio. Meer informatie over waarom een RES gemaakt wordt.

De energietransitie is de omschakeling van fossiele brandstoffen (olie, aardgas, steenkolen) naar duurzame energie (zon, wind en duurzame warmte). De afspraken over de energietransitie in Nederland zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord. Eén van de afspraken uit het Klimaatakkoord is dat in Nederland in 2030 35 TWh nodig is aan duurzame elektriciteitsopwekking door wind en zon. De Stuurgroep RES FruitDelta Rivierenland beschrijft in de Regionale Energiestrategie hoe we dit in de regio doen.

In onze regio werken acht gemeenten, provincie Gelderland, Waterschap Rivierenland,  Samenwerkende Woningcorporaties Rivierenland (SWR), Liander, Greenport Gelderland, Gebiedscoöperatie Rivierenland en VNO-NCW Rivierenland aan de RES. Welke partijen dat exact zijn en wat hun rol is bij het maken de RES vindt u op Wie doet mee.

Voor het maken van een RES is Nederland opgedeeld in 30 energie- ofwel RES-regio’s. Elk van deze regio’s stelt een RES op.

Energie opwekken houdt niet op bij een gemeentegrens. Een warmtenet gaat over een gemeentegrens heen, een windmolen kan vlak bij een gemeentegrens staan. Daarnaast kan niet elke gemeente volledig in haar eigen duurzame energievoorziening voorzien en is een gezamenlijke visie nodig om te bepalen waar  uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk noodzakelijk is. Dat moeten we regionaal aanpakken. Zo ontstaat een groter gebied met meer ruimte voor slimme oplossingen.

Het werken aan de RES gaat stap voor stap. Van heel globaal naar steeds concreter. We werken toe naar een Concept RES, dan een RES 1.0 en dan elke twee jaar een actuele versie. Daarin gaat het om zoekgebieden voor energieprojecten. Uw gemeente informeert u daarover en uw gemeenteraad neemt het besluit over de RES. Om uw mening over duurzaamheid te vragen en u te informeren over de RES. En op een later moment ook om u te vragen naar uw mening over de locatie van bijvoorbeeld windmolens of zonneparken.

Wilt u als inwoner meedoen en meedenken? Dan is de gemeente uw eerste aanspreekpunt. Kijk in de kalender wanneer er een bijeenkomst is of neem contact op met uw gemeente.

Kijk op de landelijke website.

Meer vragen, antwoorden en informatie vindt u op de website van het Klimaatakkoord.

Bekijk de Klimaatmonitor voor cijfers over lokale CO2-uitstoot, energieverbruik en hernieuwbare energie.

Ook het bedrijfsleven krijgt in het Klimaatakkoord een eigen doelstelling opgelegd om onder andere minder fossiele brandstoffen te gebruiken. De 35 TWh (aan opwek van duurzame elektriciteit) uit het Klimaatakkoord is ‘maar’ één van de vele maatregelen. Al deze maatregelen bij elkaar zorgen voor de 49% minder CO2 in 2030.

Nee. De regio’s verschillen sterk, net als gemeenten onderling. Dichtbevolkte regio’s vragen meer energie en de ene regio of gemeente heeft meer ruimte of goede plekken om energie op te wekken dan de andere. De opgave is om sámen de doelstelling te halen.

In lokale bijeenkomsten verzamelen we samen met andere belanghebbenden informatie. Bijvoorbeeld  hoe het landschap in elkaar zit en waar het opwekken van duurzame energie het best in het landschap past. Die kennis wordt gebruikt in de overleggen waar alle betrokken partijen aan tafel zitten. Hier zoeken deelnemers naar de uiteindelijke oplossingen voor het opwekken van duurzame energie. Het gaat erom dat ieders mening wordt gehoord.

Lees meer over de aanpak in Rivierenland.

In Regio FruitDelta Rivierenland onderzoeken we, net als  29 andere energieregio’s in Nederland, wat we in onze regio kunnen en willen bijdragen aan het opwekken van 35 TWh grootschalige duurzame energie in 2030 (zonnevelden, grote zonnedaken en windturbines). Maar ook hoe we in de regio de beschikbare energie kunnen verdelen om onze huizen te verwarmen en van warm water te voorzien. In de RES beschrijven we waar en onder welke voorwaarden duurzame energie opgewekt zou kunnen worden.. Daarbij kijken we meteen of er kansen zijn om ook andere opgaven in het gebied op te pakken. Zoals aanpassing van het landschap aan droogte, meer extreme neerslag en wateroverlast. Of werken aan toekomstbestendige landbouw.

Volgens de landelijke planning leveren de 30 regio’s hun (voorlopige) Concept RES op 1 juni 2020 in bij het Nationaal Programma RES. Vanwege Covid-19 is de inleverdatum voor de formeel vastgestelde Concept RES verschoven naar 1 oktober 2020. Wij leveren onze Concept RES op 1 juni 2020 in, mogelijk onder voorbehoud van vaststelling door een enkele gemeenteraad.

Meer informatie over wanneer een RES gemaakt wordt.

De Concept RES is een tussenstap naar de RES 1.0. In de tweede helft van 2020 is er ook weer gelegenheid om mee te praten voordat over de RES 1.0. Kijk bij meedoen voor meer informatie hierover.

In 2021 wordt de RES 1.0 vastgesteld door de gemeenteraden, Gedeputeerde Staten van Gelderland, het Algemeen Bestuur (AB) van Waterschap Rivierenland en de achterban van de andere stuurgroeppartners. En op 1 juli 2021 wordt de RES 1.0 ingediend bij NPRES. Daarna passen we de RES elke twee jaar aan op basis van nieuwe inzichten, innovaties en ervaring.

Bekijk de tijdlijn van de RES.

De RES richt zich op informatie, keuzes en afstemming op regionaal niveau. De RES is daarmee ondersteunend aan het lokale duurzaamheidsbeleid van de gemeenten. In hun duurzaamheidsbeleid beschrijven gemeenten hun lokale ambitie. En ze geven aan welke stappen er de komende jaren door de gemeente gezet gaat worden om die te bereiken. Besluitvorming over concrete projecten voor wind, zon en warmte vindt dan ook altijd in colleges en gemeenteraden plaats. Als vervolg op de Concept RES maken meerdere gemeenten een Beleidskader voor zon en/of wind. Dit is een kader voor concrete initiatieven.

Voor de vergelijkbaarheid en optelbaarheid van alle RES’en wordt in heel Nederland gewerkt met dezelfde uitgangspunten en rekenregels. Hiervoor is een landelijk model gemaakt, op basis waarvan iedere regio haar RES kan opstellen. Zo kan de voortgang van de uitvoering ook gemonitord worden: hoe staan we er als regio en als land voor.

Om 49% CO2-reductie in 2030 te behalen is grootschalige opwek van duurzame energie nodig, landelijk in totaal 91 TWh. Hiervoor wordt uitgegaan van bewezen technieken. 35 TWh moet op land worden opgewekt met wind en grootschalig zon (meer dan 60 zonnepanelen).

Bij de berekening van de benodigde duurzame elektriciteitsproductie op land (35 TWh) is de energieproductie van wind op zee (49TWh) al meegerekend, evenals energiebesparing en de toename van zonnepanelen op woningen. (7 TWh) Wat er dan overblijft aan benodigde duurzame elektriciteit op land is 35 TWh (grootschalige zonnedaken, zonneparken, windturbines). Daarvan zit landelijk gezien al een groot deel in de ‘pijplijn’: projecten die net gestart zijn of waarvoor de plannen worden gemaakt of klaar liggen.

Op de nationale RES-website vindt u de factsheets over de Stand van zaken zon en wind op land (pdf) en daarbij de Veelgestelde vragen bij factsheet zon op land (pdf).

De RES kent geen taakstellingen per regio, maar redeneert vanuit de landelijke doelstelling van 35 TWh aan duurzaam opgewekte elektriciteit in 2030. Dat getal hangt samen met nationale, internationale en provinciale afspraken. Iedere regio onderzoekt in de RES welke bijdrage zij aan deze landelijke opgave kan leveren. In het Gelders Energie Akkoord is door alle Gelderse gemeenten en vele andere partijen  al de ambitie vastgelegd om in 2050 energieneutraal te zijn, en in 2030 een CO2-reductie te realiseren van 55% ten opzichte van 1990.

Voor de RES wordt geen harde taakstelling gehanteerd, maar juist onderzocht hoe de regio een zo groot mogelijke bijdrage kan leveren aan deze landelijke opgave en regionale ambities.
Om te kunnen beoordelen of dat lukt, is wel langs een aantal redeneerlijnen berekend hoeveel opgesteld vermogen aan duurzame opwek ongeveer nodig is om naar verhouding bij te dragen.

Het onderdeel warmte in de RES gaat over de energie om onze huizen te verwarmen en van warm water te voorzien als alternatief voor aardgas. Ook voor warmte is er geen sprake van een opgave per regio, maar het inzichtelijk maken van de warmtekansen. Hiervoor  maken we een Regionale Structuur Warmte (RSW). Dit is een overzicht op kaart van:

  • Grotere (meer dan 1.500 woningen)  bestaande en kansrijke nieuwe duurzame warmtebronnen (restwarmte, biomassa, geothermie en aquathermie)
  • de potentiële vraag naar warmte
  • een overzicht van de benodigde warmte-infrastructuur.

In de RSW beschrijven we hoe de beschikbare warmtebronnen en de potentiële warmtevraag in de regio kan worden gekoppeld op een logische, efficiënte en betaalbare manier. En welke gevolgen dit heeft voor warmte-infrastructuur. Deze RSW is een onderdeel van de (Concept) RES en wordt gemaakt met de lokale en regionale overheid, netbeheerder(s) en relevante (huidige en toekomstige) betrokkenen. Bekijk de warmtekaart voor onze regio. 

De RSW is ondersteunend aan de gemeentelijke warmteplannen, de transitievisies warmte. Hierin beschrijven gemeenten de warmtevoorziening op wijk- en buurtniveau. Colleges en gemeenteraden beslissen over de warmtevoorziening in hun gemeente.

Restwarmte is warmte die overblijft als onderdeel van een (industrieel) proces. Denk aan de restwarmte van wasserijen, industrie of kassen. Deze restwarmte kan weer benut worden als verwarmingsbron voor huizen, scholen en kantoren.

Gelukkig doen we al veel aan verduurzamen, maar er moet nog meer gebeuren om in 2030 ons land te voorzien van duurzame energie en de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 te verminderen. Dat is hard nodig om te voorkomen dat de aarde met meer dan 2 graden Celsius opwarmt. Lees op de website van de Rijksoverheid over de gevolgen voor Nederland van de opwarming van de aarde.

Het biedt ook kansen voor economische groei, werkgelegenheid, mobiliteit, toerisme en recreatie, onderwijs en onderzoek. Duurzame energie biedt ons en onze kinderen een schone en gezonde leefomgeving in de toekomst.

De betaalbaarheid is een belangrijk aandachtspunt. Hoe, hoeveel, wanneer en waarvoor wie betaalt is nog onduidelijk. Naar de kosten en opbrengsten van de energietransitie wordt landelijk onderzoek gedaan. In de RES nemen we in de afweging van mogelijke oplossingsrichtingen betaalbaarheid mee als een belangrijk criterium. Uitgangspunt is bovendien dat iedereen mee kan doen.

Een belangrijke eis aan toekomstige duurzame energieprojecten is 50 lokaal eigendom. Dit zorgt ervoor dat de financiële opbrengsten voor een goed deel aan de regio zelf ten goede komen.

Een TWh of TeraWattuur is een eenheid voor energie. 1 TWh = 1.000.000.000 kilowattuur.  Een gemiddeld huishouden gebruikt per jaar 3500 kilowattuur.

Een TeraWattuur kan je opwekken met bijvoorbeeld:

  • Met 69 windturbines (met vermogen van 4,2 MW, zoals bij knooppunt Deil)
  • Met 1052 hectare zonneveld

De groeiende economie en de komst van bijvoorbeeld de datacenters zorgt voor een snelle toename van de vraag naar vermogen. Ook het groeiend aanbod (terug leveren) van duurzame elektriciteit vraagt om extra capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Het energienetwerk in Nederland werd zo’n 100 jaar geleden aangelegd, gebaseerd op centrale energiecentrales. Nu wordt decentraal steeds meer energie opgewekt. Daarom werkt de netwerkbeheerder aan aanpassing en uitbreiding van het energienet, daar waar de druk op het net toeneemt. De netbeheerders zijn daarom nauw aangesloten bij het opstellen van de RES. In deze animatie wordt dat verder uitgelegd.

Meer informatie over het netwerk in FruitDelta Rivierenland en de rest van Gelderland vindt u op de website van Liander.

Ja, omdat de behoefte naar duurzame elektriciteit sterk toeneemt. Bijvoorbeeld omdat we fossiel gestookte elektriciteitscentrales uitschakelen, maar ook omdat we met steeds meer elektrische auto’s rijden en omdat we (een deel van) de woningen elektrisch gaan verwarmen. Hoewel we ook energie besparen, zal de behoefte aan elektriciteit toenemen. Om deze elektriciteit duurzaam op te wekken is een mix van verschillende energiebronnen nodig zoals zon en wind. Zo kunnen de pieken in het elektriciteitsnet verdeeld worden over de dag, en wordt er ook energie opgewekt op momenten dat bijvoorbeeld de zon niet schijnt. Windenergie is één van die bronnen. 

Wind op zee speelt zeker een belangrijke rol. Zo’n 60% van de landelijke opgave voor duurzame elektriciteit wordt voor 2030 op deze manier gerealiseerd. Het gaat alleen niet lukken om alle energie van windmolens op zee te halen. De zee is ook nodig voor visserij, scheepsroutes, natuur, mijnbouw. Opwekken van duurzame energie op land moet dus ook.

De andere 40% – de opgave van de RES – moet dus op land opgewekt worden. Het gaat dan om 35 TWh. Dus alle duurzame energiebronnen moeten gebruikt worden om de doelen te kunnen halen, inclusief de wind op land. Windmolens in meren kunnen wel meegenomen worden in de RES. Windenergie op land is een van de goedkoopste en meest efficiënte bronnen van duurzame elektriciteit.

Voor het ontwikkelen en testen van nieuwe technologie is nu  geen tijd meer. In 2025 moet het echt duidelijk zijn hoe de energietransitie tot 2030 wordt opgelost. Daarom wordt nu ingezet op bewezen effectieve en efficiënte technologieën. Voor de langere termijn, dus na 2030, kan nieuwe technologie wel mogelijkheden bieden.

Indien zich in de komende jaren goed werkende alternatieven aandienen, kunnen we die een plek geven in de RES 2.0. Elke 2 jaar wordt de RES namelijk geactualiseerd. Op dat moment kan de benodigde inzet op wind- en zonneprojecten worden bijgesteld.

Kernenergie is mogelijk een oplossing voor de lange termijn (vanaf 2030) en niet voor de korte termijn (tot 2030). Nog los van de investeringen, duurt vanwege veiligheid de vergunningverlening en de bouw van een centrale daarvoor te lang. Het is aan de rijksoverheid om hierover beslissingen te nemen. De RES 1.0 gaat daarom in op oplossingen die op dit moment wél binnen onze invloedssfeer en  de mogelijkheden van de regio liggen.

Groen waterstofgas en biogas zijn een mogelijk alternatief, maar de productie is vooralsnog duur en het aanbod is beperkt. Verder ligt het op dit moment meer voor de hand om deze duurzame gassen in te zetten op andere gebieden dan het verwarmen van de gebouwde omgeving. Denk bijvoorbeeld aan de industriële processen die een hoge temperatuur vragen en zwaar vrachtverkeer. Afhankelijk van de productiewijze van waterstof, kan het veel elektriciteit vragen. Wil je dit groen doen dan zijn er nog meer windmolens en zonnepanelen in het landschap nodig. We volgen de ontwikkelingen rondom groen waterstof en biogas en nemen deze mee richting RES 1.0 en verder.

Ja, biomassa telt onder bepaalde voorwaarden mee ook als duurzame warmtebron, net als restwarmte, geothermie en aquathermie. Duurzame elektriciteit uit biomassa wordt niet meegerekend in de 35 TWh. Op gemeentelijk niveau kunnen wel mogelijkheden zijn voor kleinschalige toepassing van biomassa voor warmte en/of elektriciteit.

De omslag naar duurzame energiebronnen is al zichtbaar in ons landschap. De kunst is om deze verandering zo goed mogelijk in te passen. Hoe kunnen we de visuele gevolgen zoveel mogelijk beperken of juist het landschap versterken? We zoeken hiervoor naar oplossingen door de ruimte op meer manieren te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een zonneweide onder elektriciteitsmasten of het ondergronds transport van restwarmte. Alles hangt af van de mogelijkheden in de omgeving. Ook vinden we het belangrijk dat de uitvoering betaalbaar is en de directe omgeving (financieel) kan meeprofiteren van de ontwikkeling. Niet alleen de lasten maar ook de lusten.

Dat behoort zeker tot de mogelijkheden. Er zijn veel voorbeelden van projecten in Nederland bekend, waarin burgers op allerlei manieren meeprofiteren van de lusten van energieprojecten. Overheden, belangenorganisaties en ontwikkelaars streven naar participatie van burgers in projecten, waaronder financiële participatie. Dit varieert van de mogelijkheid tot het afnemen van aandelen in een project tot aan het krijgen van een vergoeding of korting op stroom. Burgerparticipatie behoort zeker tot de opties om energieprojecten te realiseren. Ook in onze regio zijn er meerdere coöperaties.

De RES wordt gemaakt samen met veel verschillende partijen, waaronder agrarische, maatschappelijke en natuurorganisaties. Natuurlijk liggen er verschillende belangen. De milieueffecten van de keuzes die in de RES gemaakt gaan worden, worden goed onderzocht en begrijpelijk beschreven.

In de Concept RES beschrijven we op hoofdlijnen hoe wij rekening houden met waarden van natuur, landschap, erfgoed. Bij de vergunningverlening en uitwerking van concrete projecten zullen in iedere situatie deze aspecten nader bekeken worden.

Kijk ook op Natuur en Milieu Gelderland.

Deel deze pagina:

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email